ECLI:NL:RBZLY:2007:BC7064
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting betaling declaraties advocatenkantoor na beëindiging opdracht
De zaak betreft een geschil tussen een advocatenkantoor en een voormalig cliënt over de betaling van declaraties. De cliënt erkent cliënt te zijn geweest maar stelt dat hij de opdracht aan het advocatenkantoor in maart 2002 heeft beëindigd. Het advocatenkantoor heeft daarna nog werkzaamheden verricht in vier procedures, waarvan de cliënt betwist dat hij daarvoor opdracht heeft gegeven.
De rechtbank analyseert uitgebreide correspondentie waaruit blijkt dat afspraken onduidelijk zijn vastgelegd en partijen elkaar niet altijd adequaat hebben gereageerd. De cliënt heeft het openstaande bedrag van 27 maart 2002 voldaan en een betalingsregeling nagekomen, inclusief een rentenota die volgens hem is komen te vervallen. Het advocatenkantoor erkent de regeling niet volledig.
De rechtbank oordeelt dat het advocatenkantoor onvoldoende bewijs heeft geleverd dat zij na 27 maart 2002 opdracht had van de cliënt voor de verrichte werkzaamheden. Daarom wordt het advocatenkantoor opgedragen dit bewijs te leveren. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en het horen van getuigen, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: De rechtbank draagt het advocatenkantoor op bewijs te leveren van opdrachtverlening na 27 maart 2002 en houdt de zaak aan.