ECLI:NL:RBZLY:2007:BC6338
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Y. Telenga
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging ontbindingsbeschikking arbeidsovereenkomst wegens vermoedelijk bedrog
De zaak betreft een geschil tussen Capgemini Outsourcing B.V. en een werknemer over de uitvoering van een beëindigingsovereenkomst van hun arbeidsovereenkomst. Partijen spraken af dat bij ontbinding per 1 april 2007 een vergoeding van €38.000 zou worden toegekend, tenzij de werknemer vóór die datum een andere functie zou vinden, dan wel een arbeidsovereenkomst met ROZIJ Werk zou aangaan, waarna een lagere vergoeding van €12.500 zou gelden.
De werknemer was gedetacheerd bij ROZIJ Werk tot 31 maart 2007. Capgemini baseerde haar verzoek tot ontbinding en vergoeding op verklaringen van de raadsman van de werknemer dat er geen voortzetting van werkzaamheden zou zijn. Later bleek echter dat de werknemer per 10 april 2007 in dienst trad bij ROZIJ Werk, wat door de werknemer aanvankelijk werd ontkend.
Capgemini vorderde schorsing van de tenuitvoerlegging van de ontbindingsbeschikking van 30 maart 2007 in afwachting van een verzoek tot herroeping van die beschikking wegens vermoedelijk bedrog (achterhouden van informatie door de werknemer). De voorzieningenrechter oordeelde dat de schorsing terecht is omdat de werknemer mogelijk bewust informatie heeft achtergehouden, waardoor de kantonrechter bij volledige kennis de beschikking zou kunnen herroepen.
De rechtbank legde een dwangsom op voor het geval de werknemer de schorsing zou schenden en veroordeelde hem in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank schorst de tenuitvoerlegging van de ontbindingsbeschikking en legt een dwangsom op in afwachting van de herroepingsprocedure.