ECLI:NL:RBZLY:2007:BC2357
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.A. Ariëns
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vastrecht bij meerdere conclusies in civiele procedure
In deze civiele procedure hebben zeven verzoekers afzonderlijke conclusies van antwoord ingediend tegen meerdere eiseressen. De griffier bracht voor elke conclusie afzonderlijk vastrecht in rekening, wat leidde tot een totaalbedrag van EUR 22.236,-. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze heffing en stelden dat de conclusies gelijkluidend waren en dat slechts eenmaal vastrecht verschuldigd zou zijn op grond van artikel 3 lid 1 Wtbz Pro.
De rechtbank onderzocht de inhoud van de conclusies en concludeerde dat deze niet gelijkluidend waren, omdat zij verschillende feiten en verweren bevatten die toegespitst zijn op de individuele gedaagden. De rechtbank oordeelde dat het niet vereist is dat gelijkluidende conclusies in één schriftelijk stuk zijn opgenomen, maar dat inhoudelijke gelijkheid wel noodzakelijk is. De griffier had daarom terecht voor elke conclusie afzonderlijk vastrecht geheven.
Daarnaast verwierp de rechtbank het beroep van verzoekers dat de heffing van het vastrecht in strijd zou zijn met het recht op toegang tot de rechter (artikel 6 EVRM Pro) en het proportionaliteitsbeginsel. De rechtbank stelde dat de wetgever differentiatie in vastrecht heeft aangebracht en dat de hoogte van het vastrecht in verhouding staat tot de inzet van de rechtbank. Het verzet werd ongegrond verklaard en verzoekers werden in de kosten veroordeeld, voor zover die aan de griffier zijn toegekomen.
Uitkomst: Het verzet tegen de heffing van zeven maal vastrecht wordt ongegrond verklaard en verzoekers worden in de kosten veroordeeld.