ECLI:NL:RBZLY:2007:BC2150
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- M. Zomer
- Rechtspraak.nl
Verstekvonnis wegens onjuiste betekening en opheffing conservatoir beslag
In deze kortgedingprocedure vordert eiser de opheffing van conservatoir beslag op een onroerende zaak en derdenbeslag onder een coöperatie, gelegd door de buitenlandse gedaagde. De dagvaarding is betekend aan het kantoor waar gedaagde domicilie had gekozen in het kader van een verzoek tot beslagverlof. Gedaagde verschijnt niet, waarna verstek wordt gevraagd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de betekening rechtsgeldig is en dat verstek tegen gedaagde kan worden verleend. De eisvermeerdering die eiser mondeling ter zitting heeft ingediend wordt afgewezen wegens strijd met de goede procesorde, omdat deze niet tijdig aan gedaagde is betekend.
De rechter beveelt gedaagde binnen 24 uur het conservatoire beslag op de onroerende zaak op te heffen en verbiedt gedaagde opnieuw conservatoir beslag te leggen voor de betreffende vorderingen totdat de geschillen zijn beslecht. Voor overtreding van deze bevelen wordt een dwangsom van €5.000 per dag, met een maximum van €100.000, opgelegd. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €848,85. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot opheffing van het conservatoire beslag en verboden nieuw beslag te leggen, onder dwangsom en in de proceskosten.