ECLI:NL:RBZLY:2007:BB6235
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand onterecht wegens rechtmatig verblijf in Nederland
Eiser heeft een aanvraag voor bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Zwartewaterland werd afgewezen omdat eiser niet tot de kring van rechthebbenden zou behoren. Eiser voerde aan dat hij rechtmatig in Nederland verbleef op grond van eerdere uitspraken en dat hij daarom gelijkgesteld moest worden met een Nederlander voor de toepassing van de WWB.
De rechtbank oordeelde dat de werking van het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning was opgeschort tot de datum van de uitspraak van 12 september 2005, waardoor eiser rechtmatig verblijf had tot die datum. De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand was daarom onjuist. Voor de verkorte aanvraag voor bijstand over een eerdere periode was geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden en het stelsel van de WWB staat geen terugwerkende kracht toe.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de bijzondere bijstand betrof, veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, en bepaalde dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen met inachtneming van de uitspraak. Het beroep werd gegrond verklaard voor de bijzondere bijstand en ongegrond voor het overige.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard voor de afwijzing van bijzondere bijstand en ongegrond voor het overige; het bestreden besluit wordt vernietigd voor de bijzondere bijstand.