ECLI:NL:RBZLY:2007:BB5242
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.P. de Ridder
- H. Th. Pos
- G.E.A. Neppelenbroek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak primair feit ontucht, veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde op 4 oktober 2007 de zaak tegen verdachte wegens ontuchtige handelingen met minderjarigen. De officier van justitie vorderde een voorwaardelijke gevangenisstraf, een taakstraf en een schadevergoeding voor de benadeelde partij. De verdediging voerde onder meer aan dat verklaringen van minderjarige getuigen onbetrouwbaar en niet toetsbaar waren vanwege niet-naleving van verhoorprotocollen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van sommige minderjarigen vanwege onvolledige uitwerking en niet-toetsbaarheid niet als bewijs konden dienen, maar achtte de verklaring van één minderjarige betrouwbaar omdat deze wel volledig was uitgewerkt. Op basis daarvan en de aangifte van diens moeder werd het subsidiair ten laste gelegde feit bewezen verklaard: het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige onder de zestien jaar.
Het primair ten laste gelegde feit werd niet wettig en overtuigend bewezen geacht, waardoor verdachte daarvoor werd vrijgesproken. De rechtbank achtte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van elf dagen passend, met aftrek van reeds door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in het strafgeding en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het primair ten laste gelegde en veroordeeld tot 11 dagen gevangenisstraf voor het subsidiair ten laste gelegde ontuchtige feit met een minderjarige.