ECLI:NL:RBZLY:2007:BA8896
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vordering tot loonbetaling en voortzetting arbeidsovereenkomst ondanks vermeend ontslag
Eiser trad in dienst bij ABC als accountmanager voor zes maanden, met een bruto salaris van €1.185,80 per vier weken. Na loonschulden en een ontslaguiting op 31 oktober 2006, stelde ABC dat het ontslag was aanvaard per 3 november 2006. Eiser betwistte dit en stelde dat hij zijn werkzaamheden voortzette, ondersteund door een brief van 3 november 2006 en het gebruik van een bedrijfsauto van ABC tot eind januari 2007.
De kantonrechter stelde vast dat de ontslaguiting niet aan een leidinggevende was gedaan en dat ABC de aanvaarding niet schriftelijk bevestigde, wat in strijd is met de informatieplicht. ABC kon niet aantonen dat zij onderzoek had gedaan naar de omstandigheden van het ontslag en betaalde pas eind december 2006 een bedrag aan eiser zonder specificatie, wat twijfel opriep over de rechtmatigheid.
Verder bleek uit handelsregistergegevens en gebruik van hetzelfde telefoonnummer en e-mailadres dat er een verwevenheid was tussen ABC en haar dochtervennootschappen, waaronder ABC Bouwprojecten, waarvoor eiser werkzaamheden bleef verrichten vanuit hetzelfde kantooradres. ABC betwistte dit, maar kon dit onvoldoende onderbouwen.
De kantonrechter concludeerde dat de arbeidsovereenkomst op en na 3 november 2006 is voortgezet en dat ABC gehouden is loon en vakantietoeslag te betalen tot 15 mei 2007. De gevorderde wettelijke verhoging werd gematigd tot 25%. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. ABC werd veroordeeld tot betaling van loon, wettelijke verhoging, wettelijke rente en vergoeding van niet-genoten vakantiedagen, met een dwangsom voor het niet verstrekken van specificaties.
Uitkomst: ABC wordt veroordeeld tot loonbetaling en vergoeding van vakantiedagen tot 15 mei 2007 met wettelijke verhoging en rente.