ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ9432
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Th.A. Ariëns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het verzoek tot staking executie dwangsommen na ongedaanmaking uitweg
In deze zaak stond centraal of eiser dwangsommen verschuldigd was wegens het niet tijdig verwijderen van een uitweg zoals opgelegd in een vonnis van 24 december 2003. Eiser had betoogd dat hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op uitstel van de tenuitvoerlegging vanwege lopend hoger beroep en dat de dwangsommen daardoor verjaard zouden zijn.
De rechtbank oordeelde dat uit de betekening van het vonnis en de daaropvolgende correspondentie bleek dat gedaagde serieus was met de uitvoering van het vonnis en aanspraak maakte op de dwangsommen. Hoewel partijen afspraken maakten over opschorting van de invordering van de dwangsommen tot het hoger beroep was afgerond, stond de verschuldigdheid daarvan niet ter discussie.
De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor de stelling van eiser dat de dwangsommen waren verjaard. Ook andere omstandigheden die de invordering zouden kunnen verhinderen, waren niet gesteld of gebleken. Daarom wees de rechtbank het verzoek van eiser af en veroordeelde hem in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het verzoek tot staking van de executie van dwangsommen wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.