ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ4601
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voogdij wegens weigering medisch onderzoek door gezaghebbende ouder
De Raad voor de Kinderbescherming heeft bij de rechtbank Zwolle-Lelystad een verzoek ingediend tot voorlopige voogdij over een minderjarige, omdat de gezaghebbende moeder weigerde mee te werken aan een medisch onderzoek. De minderjarige verblijft bij de moeder, die samen met de vader het gezag uitoefent. De zaak werd behandeld op 27 november 2006, waarbij de vader niet is verschenen.
De kinderrechter heeft overwogen dat op grond van artikel 1:272 BW Pro een voorlopige voogdij kan worden toegewezen indien er feiten zijn die tot schorsing of ontzetting van het gezag kunnen leiden en dit dringend noodzakelijk is. Echter, de enkele weigering van de moeder om toestemming te geven voor het skeletonderzoek en haar wens om eerst een rechterlijke beslissing af te wachten, rechtvaardigt volgens de rechtbank geen conclusie dat zij ongeschikt is haar opvoedingsplicht te vervullen.
De rechtbank wijst het verzoek van de Raad af omdat onvoldoende is onderbouwd dat de situatie zodanig is dat voorlopige voogdij gerechtvaardigd is. Tevens is opgemerkt dat in een gelijktijdig behandelde zaak het beroep van de moeder tegen een voogdijaanwijzing ongegrond is verklaard en zij heeft verklaard de aanwijzing op te volgen indien het beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voogdij wordt afgewezen omdat de moeder niet ongeschikt is voor gezagsuitoefening ondanks weigering medisch onderzoek.