ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ1779
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Voorlopige voorziening
- A.H. Canté
- Rechtspraak.nl
Schorsing concurrentiebeding bij overgang tijdelijk naar vast contract zonder hernieuwde schriftelijke overeenkomst
In deze zaak vordert eiser schorsing van het concurrentiebeding uit zijn arbeidsovereenkomst van 30 juli 2003, omdat dit beding niet opnieuw schriftelijk is overeengekomen toen het tijdelijke contract werd verlengd voor onbepaalde tijd. Daarnaast vordert hij subsidiair een vergoeding op grond van artikel 7:653 lid 4 BW Pro.
De kantonrechter stelt vast dat het tijdelijke contract een concurrentiebeding bevatte voor twee jaar na beëindiging van het dienstverband zonder geografische beperking. Na verlenging van het contract voor onbepaalde tijd is het beding niet opnieuw schriftelijk overeengekomen. De kantonrechter volgt het arrest van het Gerechtshof Amsterdam (1998) dat in een dergelijke situatie het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk moet worden overeengekomen om geldig te blijven.
De kantonrechter acht de kans aanzienlijk dat de bodemrechter zal oordelen dat het beding niet meer geldt en dat het door de duur van twee jaar inmiddels haar werking heeft verloren. Daarom wordt het concurrentiebeding voorlopig geschorst. De vordering tot vergoeding wordt niet toegewezen. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De werking van het concurrentiebeding wordt geschorst tot definitieve uitspraak.