ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ1695

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
3 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
334678 ER 06-56
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:206 lid 3 BWArt. 4:209 BWArt. 4:214 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling termijn voor indienen schuldeisersvorderingen en aanhouding loon vereffenaar nalatenschap

De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde een verzoek tot vaststelling van een termijn waarbinnen schuldeisers hun vordering bij de vereffenaar van de nalatenschap van Basarat moeten indienen. Tevens werd verzocht om het loon van de vereffenaar vast te stellen op basis van het gebruikelijke tarief van €240 exclusief BTW per uur.

De kantonrechter stelde vast dat het verzoek tot vaststelling van de termijn conform artikel 4:214 lid 1 BW Pro toegewezen kon worden. Echter, omdat er geen gegevens over de omvang van de nalatenschap waren verstrekt, kon het loon van de vereffenaar niet worden vastgesteld. Artikel 4:209 BW Pro bepaalt immers dat de omvang van de nalatenschap invloed heeft op de hoogte van het loon en de omvang van de werkzaamheden.

Daarom werd het verzoek tot vaststelling van het loon aangehouden totdat de vereffenaar aanvullende informatie verstrekt, waaronder een voorlopige boedelbeschrijving en een specificatie van de verrichte werkzaamheden met het voorgestelde tarief. De kantonrechter wees erop dat werkzaamheden mogelijk door minder gekwalificeerde medewerkers worden uitgevoerd, wat invloed kan hebben op het tarief.

De schuldeisers werden verplicht hun vorderingen uiterlijk op een door de kantonrechter vastgestelde datum bij de vereffenaar in te dienen. De vereffenaar kan op ieder gewenst moment met de gevraagde informatie opnieuw een verzoek tot loonvaststelling indienen.

Uitkomst: De kantonrechter stelt de termijn vast voor indienen van schuldeisersvorderingen en houdt de loonvaststelling van de vereffenaar aan totdat aanvullende informatie is verstrekt.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD
sector kanton – locatie Lelystad
zaaknummer. : 334678 ER 06-56
datum : 3 november 2006
Beschikking op een verzoek tot vaststelling van een termijn ex artikel 4:214 lid 1 BW Pro, alsmede op een verzoek tot vaststelling van het loon ex artikel 4:206 lid 3 BW Pro
ingediend door:
mr. Irma Martha Helena van der Zon,
kandidaat-notaris te Utrecht,
in haar hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van
[erflater],
geboren te [geboorteplaats] op [datum], laatst gewoond hebbende te [woonplaats] en overleden te [sterfplaats] op [datum],
als vereffenaar benoemd bij beschikking van deze rechtbank d.d. 7 juni 2006 (zaaknummer 119993/HARK 06-69).
De procedure
Op [datum] is ter griffie bij de sector civiel van deze rechtbank ingekomen een verzoekschrift, waarin wordt verzocht om vaststelling van een termijn waarbinnen de schuldeisers van de nalatenschap van Basarat hun vordering bij de vereffenaar moeten indienen. Voorts is in dat verzoek verzocht om het loon van de vereffenaar ex artikel 4:214 lid 1 BW Pro vast te stellen en daarbij uit te gaan van het door het kantoor van vereffenaar gebruikelijk gehanteerde tarief van € 240,00 exclusief BTW per uur.
Door tussenkomst van de griffier van de sector civiel is het verzoek gezonden naar de sector kanton van deze rechtbank.
De beoordeling
1.
Het verzoek tot vaststelling van een datum waarvoor de schuldeisers hun vordering moeten indienen berust op de wet en zal als na te melden worden toegewezen.
2.
In artikel 4:206 lid 3 BW Pro is bepaald dat de door de rechter benoemde vereffenaar recht heeft op het loon dat door de kantonrechter vóór het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld.
Omdat op dit moment gegevens over de omvang van de nalatenschap ontbreken, althans daarover geen enkele informatie is verschaft, kan het aan de vereffenaar toekomende loon thans echter nog niet worden vastgesteld. Uit de bepaling van artikel 4:209 BW Pro vloeit voort dat de omvang van de nalatenschap van invloed kan zijn op de hoogte van het loon van de vereffenaar en bovendien dat die omvang voor de vereffenaar aanleiding kan en moet zijn de vereffeningswerkzaamheden in meer of mindere mate te beperken.
Het moet er daarom voor gehouden worden dat de opdracht aan de kantonrechter het loon voor de vereffenaar vast te stellen, tevens de opdracht tot een zekere mate van controle op de omvang van de werkzaamheden en de daaraan verbonden kosten inhoudt. Op zijn minst dient daarom, naast een voorlopige boedelbeschrijving, een specificatie te worden overgelegd van de verrichte werkzaamheden met het daarbij voorgestelde tarief, waarbij er rekening dient te worden gehouden met de positie van degene die feitelijk het desbetreffende deel van de vereffeningswerkzaamheden (voor de vereffenaar) heeft uitgevoerd. Goed voorstelbaar is immers dat een deel van de werkzaamheden van de vereffenaar aan een minder gekwalificeerde medewerker binnen diens kantoor wordt overgelaten, in welk geval niet het volledige door vereffenaar zelf gehanteerde tarief in rekening kan worden gebracht.
Het voorgaande is aanleiding het verzoek tot vaststelling van het loon aan te houden totdat verzoeker de hiervoor beschreven informatie heeft verschaft. Verzoeker zal zich met de hiervoor beschreven minimaal gewenste informatie, op ieder door haar gewenst tijdstip weer tot de kantonrechter kunnen wenden, waarna op haar verzoek zal worden beslist.
De beslissing
De kantonrechter:
- bepaalt dat de schuldeisers van de nalatenschap van voornoemde [erflater] hun vordering voor [datum] bij de vereffenaar daarvan,
mr. Irma Martha Helena van der Zon, kantoorhoudende te Utrecht, moeten hebben ingediend;
- houdt de beslissing op het verzoek tot vaststelling van het loon voor de vereffenaar voor onbepaalde tijd aan.
Aldus gegeven door mr. E.T.M. Schoevaars, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 3 november 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan, behoudens berusting, hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dagtekening van deze eindbeschikking door indiening van een beroepschrift (door een advocaat) ter griffie van het gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden (civiele griffie: postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden).