ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ0161

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
16 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
123227 / KG RK 06-607
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Th.A. Ariëns
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1028 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot benoeming van arbiters wegens ontbreken bevoorrechte positie

Tussen verzoeker, een aardappelteler, en verweerster, een afnemer, ontstond een geschil naar aanleiding van een teelcontract van 8 april 2005. Op dit contract zijn de handelsvoorwaarden van V.B.N.A. en VENEXA van toepassing, waarin arbitrage is voorgeschreven voor geschillen. Verzoeker stelde dat verweerster een bevoorrechte positie heeft bij de benoeming van arbiters en verzocht de voorzieningenrechter arbiters te benoemen in afwijking van de benoemingsregeling.

De voorzieningenrechter oordeelde dat een bevoorrechte positie bestaat indien de benoeming leidt tot een samenstelling van het scheidsgerecht waarvan de onpartijdigheid op goede gronden twijfelachtig is, bijvoorbeeld door overwegende invloed van één partij op de lijst of benoeming van arbiters. Verzoeker kon echter niet aantonen dat verweerster zodanige invloed heeft, mede omdat zij slechts één van de vele leden is van de Nederlandse Aardappelorganisatie.

Ook de samenstelling van de lijst van arbiters, waarin minimaal personen uit verschillende sectoren moeten voorkomen, gaf geen aanleiding tot het aannemen van een bevoorrechte positie. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en veroordeelde verzoeker in de proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek tot benoeming van arbiters wordt afgewezen wegens ontbreken van een bevoorrechte positie van één der partijen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Sector civiel recht
zaaknummer / rekestnummer: 123227 / KG RK 06-607
Beschikking van 16 oktober 2006
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [plaats],
verzoeker,
procureur mr. H.M. van Eerten,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AGROPLANT HOLLAND B.V.,
gevestigd te Medemblik,
verweerster,
advocaat mr. W.M. Bijloo.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van verweerster
- de faxbrief van verweerster van 21 september 2006
- de faxbrieven van verzoeker en verweerster van 25 september 2006.
2. De feiten
2.1. Naar aanleiding van een op 8 april 2005 gesloten teelcontract is tussen verzoeker, teler van aardappelen, en verweerster, afnemer, een geschil ontstaan. Op voornoemd teelcontract zijn de op 1 september 1986 door V.B.N.A. en VENEXA vastgestelde handelsvoorwaarden van toepassing. Artikel 60 van Pro de toepasselijke voorwaarden brengt mee dat geschillen als de onderhavige met uitsluiting van de gewone rechter dienen te worden beslecht door middel van arbitrage overeenkomstig het bij die handelsvoorwaarden behorende arbitragereglement.
2.2. Artikel 1 van Pro voornoemd arbitragereglement bepaalt, voor zover van belang:
1. De V.B.N.A. en de VENEXA stellen een lijst van arbiters op, waarop
a. tenminste 10 personen voorkomen die als arbiter kunnen optreden, waarvan
- vier te rekenen tot de sector van de binnenlandse groothandel in aardappelen
- drie te rekenen tot de sector van de export van consumptieaardappelen
- drie te rekenen tot de sector van de aardappelverwerkende industrie,
b. tenminste drie personen voorkomen die als voorzitter-arbiter kunnen optreden en aan een Nederlandse universiteit of hogeschool de titel van meester in de rechten hebben verkregen.
2.3. De ingevolge het arbitragereglement opgestelde lijst vermeldt thans 41 actieve arbiters. Een aantal daarvan is of was verbonden aan telercoöperaties.
3. Standpunten van partijen
3.1. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat aan verweerster in de overeenkomst tot arbitrage een bevoorrechte positie is toegekend bij de benoeming van arbiters en op de voet van artikel 1028 Rv Pro verzocht arbiters te benoemen in afwijking van de tussen partijen vigerende benoemingsregeling.
3.2. Verweerster heeft zich op het standpunt gesteld dat aan haar geen bevoorrechte positie is toegekend, zodat het verzoek dient te worden afgewezen.
4. De beoordeling
4.1. Artikel 1028 Rv Pro bepaalt, voor zover van belang, dat indien in de overeenkomst tot arbitrage aan een der partijen een bevoorrechte positie bij de benoeming van de arbiter(s) is toegekend, de voorzieningenrechter desverzocht, in afwijking van de in de arbitrageovereenkomst neergelegde benoemingsregeling, arbiters kan benoemen.
4.2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is van een dergelijke bevoorrechte positie sprake indien (de wijze) van benoeming leidt tot een samenstelling van het scheidsgerecht waarvan de onpartijdigheid op goede gronden in twijfel kan worden getrokken. Daarvan kan sprake zijn indien één der partijen een overwegende invloed heeft (gehad) op de totstandkoming van de lijst van mogelijk te benoemen arbiters of op de benoeming van de arbiter(s) in de aanhangige arbitrage.
4.3. Door verzoeker is niet weersproken de stelling van verweerster dat zij als lid (naast 310 andere leden) van de Nederlandse Aardappelorganisatie (NAO) geen overwegende invloed kan uit op de totstandkoming van de lijst van mogelijk te benoemen arbiters. Evenmin is door verzoeker weersproken de stelling van verweerster dat zij op de benoeming van arbiters in dit concrete geval een overwegende invloed kan uitoefenen. Van één van de onder 4.2 genoemde gronden is derhalve geen sprake.
4.4. Ook indien, zoals door verzoeker is betoogd, dient te worden aangenomen dat aan één der partijen een (ontoelaatbare) bevoorrechte positie is toegekend indien op grond van het geldende arbitragereglement slechts uit kringen van één der partijen arbiters op de lijst worden geplaatst, dan wel feitelijk een situatie bestaat dat slechts uit kringen van één der partijen arbiters op de lijst zijn geplaatst of worden benoemd, leidt dat niet tot een voor verzoeker gunstige beslissing op het verzoek.
4.5. De in rechtsoverweging 2.2 genoemde regeling dwingt immers niet tot een benoeming die uit hoofde van artikel 1028 Rv Pro kan worden aangetast, aangezien in de regeling slechts minima van op de lijst te plaatsen personen worden genoemd. Het komt derhalve niet in strijd met de regeling indien (ook) arbiters op de lijst worden geplaatst die niet uit één van de aldaar vermelde kringen afkomstig zijn.
4.6. Evenmin is gebleken van een feitelijke constellatie die voor één der partijen een bevoorrechte positie meebrengt. Op verzoek van partijen zijn door de secretaris van het Nederlandse arbitragebureau Aardappelen, mr. L. Eijssen, vijf op de lijst geplaatste arbiters genoemd afkomstig uit kringen van coöperaties van aardappeltelers. De genoemde arbiters worden overigens blijkens de lijst eveneens aangemerkt als afkomstig uit één van de in artikel 1 van Pro het arbitragereglement (zie rechtsoverweging 2.2 )genoemde sectoren. Aangenomen moet worden dat voornoemde coöperaties de belangen van de bij hen aangesloten telers vertegenwoordigen en arbiters uit hun midden op één lijn kunnen worden gesteld met arbiters uit de kringen van telers zelf. Dat dergelijke coöperaties met de bij hen aangesloten telers ook teelcontracten afsluiten maakt dit niet anders.
4.7. Het verzoek zal, gelet op het voorgaande, worden afgewezen.
4.8. Verzoeker zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1. wijst het verzoek af,
5.2. veroordeelt verzoeker in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verweerster gevallen begroot op EUR 452,00 voor procureurssalaris.
Deze beschikking is gegeven door mr. Th.A. Ariëns en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2006.