ECLI:NL:RBZLY:2006:AY9292
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAZ-uitkering wegens onjuiste indexering en onjuiste maatmanloonberekening
Eiser, een zelfstandig melkveehouder met rugklachten, kreeg vanaf november 2002 een WAZ-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 45-55%. Na herbeoordelingen werd de uitkering ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 25% zou bedragen. De rechtbank onderzocht de medische en arbeidsdeskundige rapportages en concludeerde dat de beperkingen van eiser als gevolg van ziekte objectief waren vastgesteld en dat het onderzoek toereikend was.
De kern van het geschil betrof de wijze van indexering van het maatmanloon en de toepassing van het Schattingsbesluit 2004. De rechtbank stelde vast dat verweerder onjuist had geïndexeerd en het maatmanuurloon verkeerd had berekend, wat leidde tot een onjuiste vaststelling van de arbeidsongeschiktheidspercentage. Tevens oordeelde de rechtbank dat de maximering van de maatmanomvang tot 38 uur per week in strijd was met de wet en derhalve buiten toepassing moest blijven.
Gelet op deze onjuistheden vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser. De rechtbank liet de overige gronden onbesproken en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd wegens onjuiste indexering en maatmanloonberekening.