ECLI:NL:RBZLY:2006:AY8786
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde van woning en bedrijfsruimte als afzonderlijke objecten bevestigd
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waardering van hun onroerende zaken, bestaande uit een woning en een bedrijfsruimte, omdat zij van mening waren dat deze als één geheel gewaardeerd hadden moeten worden. Verweerder stelde dat de waardering correct was, omdat de kadastrale eigendom en splitsing twee afzonderlijke objecten aangaven.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de waardering op de waardepeildatum 1 januari 2003 betrekking heeft op twee afzonderlijke objecten, waarbij de kadastrale grenzen en eigendom doorslaggevend zijn. Verweerder heeft ter onderbouwing taxatierapporten overgelegd en vergelijkingsobjecten aangevoerd die de waardering ondersteunen.
Hoewel er een incidentele fout was bij vergelijkbare objecten waarbij bedrijfsruimten niet waren meegenomen, acht de rechtbank dit geen reden om de waardering van eisers te wijzigen. De beroepen van eisers zijn gegrond verklaard vanwege onvoldoende motivering van de uitspraken op bezwaar, maar de rechtsgevolgen van deze uitspraken blijven in stand. De gemeente Almere wordt verplicht de betaalde griffierechten te vergoeden.
Uitkomst: Beroepen gegrond verklaard, uitspraken op bezwaar vernietigd, maar rechtsgevolgen blijven in stand.