ECLI:NL:RBZLY:2006:AY7844
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling klantenvergoeding na beëindiging agentuurovereenkomst tussen producent en agenten
De zaak betreft een geschil tussen twee agenten en een producent van matten en tapijten over de betaling van een klantenvergoeding na beëindiging van hun agentuurovereenkomsten. De agenten vorderen betaling van respectievelijk €19.625,02 en €12.020,70 vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, stellende dat zij het klantenbestand aanzienlijk hebben uitgebreid en dat de producent nog steeds zaken doet met deze klanten.
De producent heeft de overeenkomsten opgezegd wegens teleurstellende resultaten en betwist de hoogte en billijkheid van de vergoeding. De rechtbank toetst het geschil aan artikel 7:442 BW Pro, dat een klantenvergoeding toekent indien de agent nieuwe klanten heeft aangebracht of bestaande klanten aanzienlijk heeft uitgebreid en de principaal daar nog voordeel van heeft.
De rechtbank oordeelt dat de agenten niet recht hebben op de maximale vergoeding enkel vanwege de beëindiging van de overeenkomsten. Voor de tweede eiser is een vergoeding toegewezen van €1.160,00 wegens eerdere betaling bij aanvang en omzetdaling. Voor de eerste eiser is een billijke vergoeding van €1.860,00 vastgesteld, gebaseerd op het verschil in provisie en rekening houdend met omzetontwikkelingen en het ontbreken van een non-concurrentiebeding.
Over beide vergoedingen wordt wettelijke rente toegewezen vanaf 1 september 2005. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de producent tot gedeeltelijke betaling van klantenvergoedingen aan beide agenten met wettelijke rente en compenseert de proceskosten.