ECLI:NL:RBZLY:2006:AY1021
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.M.M. Hoogland-Kelkboom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot afgifte bevelschrift voor nasalaris na verstekvonnis
In deze kantonzakenprocedure verzocht de partij om begroting van kosten die na een verstekvonnis ontstonden en om afgifte van een bevelschrift op grond van artikel 237, vierde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De verwerende partij maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift.
De kantonrechter stelde vast dat de verwerende partij bij verstek was veroordeeld tot betaling van de gevorderde som, met matiging van de dwangsom. De verzoekende partij stelde dat na het vonnis nog werkzaamheden moesten worden verricht die kosten met zich meebrengen, zoals het examineren van het vonnis en het aanschrijven van de verwerende partij.
De rechter oordeelde dat de regeling van artikel 237, vierde lid Rv, ziet op proceskosten die ten tijde van vonniswijzing niet konden worden begroot. Werkzaamheden ter incasso buiten de procedure vallen niet onder proceskosten. Ook achtte de rechter de gevorderde werkzaamheden niet zodanig noemenswaardig dat deze als nakosten konden worden begroot, mede gezien de standaardisering in de incassopraktijk en het feit dat het om een gewoon verstekvonnis ging.
Daarom werd het verzoek tot afgifte van een bevelschrift afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot afgifte van een bevelschrift voor nasalaris wordt afgewezen omdat de kosten niet onder proceskosten vallen.