ECLI:NL:RBZLY:2006:AX5372
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt niet in onbepaalde tijd door opvolging werkgever
Eiseres trad op 1 juni 2001 in dienst bij Binderij de Binderij voor drie jaar als leerling vouwer met een praktijkovereenkomst voor beroepspraktijkvorming. Na het behalen van haar diploma beëindigde zij haar werkzaamheden per 1 april 2004 vanwege een conflict met haar leidinggevende. Vervolgens trad zij in dienst bij gedaagde met een arbeidsovereenkomst van 1 april 2004 tot 31 maart 2005.
Eiseres vorderde dat de arbeidsovereenkomst ook na 31 maart 2005 voortduurde, stellende dat gedaagde als opvolgende werkgever van de Binderij moest worden gezien op grond van artikel 7:668a BW. De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst met de Binderij niet was omgezet in een contract voor onbepaalde tijd en dat de anti-misbruikbepaling niet van toepassing was omdat de wisseling van werkgever het gevolg was van een conflict en instemming van eiseres.
Daarnaast was er een relevant verschil in functie, werkplek en beloning tussen de twee werkgevers. De arbeidsovereenkomst met gedaagde eindigde daarom van rechtswege per 31 maart 2005. De vorderingen van eiseres op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd werden afgewezen. De kantonrechter hield verdere beslissing aan in afwachting van aanvullende stukken over de salarisinschaling.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst eindigde van rechtswege per 31 maart 2005 en werd niet omgezet in een contract voor onbepaalde tijd.