ECLI:NL:RBZLY:2006:AV1908
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens seksuele intimidatie afgewezen wegens herstelbaar vertrouwensbreuk
In deze zaak verzocht de werkgeefster ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar werknemer wegens een vertrouwensbreuk die zou zijn ontstaan door seksuele intimidatie van een schoonmaakster. De werknemer had een seksueel getint voorstel gedaan, wat leidde tot een officiële waarschuwing en het voornemen tot beëindiging van het dienstverband.
De kantonrechter stelde vast dat het gedrag van de werknemer inderdaad kwalificeert als seksuele intimidatie, gezien de omstandigheden en de inhoud van de uitlatingen. Desondanks oordeelde de rechter dat de vertrouwensbreuk niet onherstelbaar was. De werknemer had een lang dienstverband, functioneerde goed en had openheid van zaken gegeven door excuses aan te bieden en een excuusbrief te schrijven.
De kantonrechter vond dat de werkgeefster te snel het vertrouwen had verloren en dat ontbinding disproportioneel zou zijn. Er waren geen aanwijzingen dat herhaling waarschijnlijk was en de werkgever kon maatregelen treffen om contact te vermijden. De sancties moesten minder zwaar zijn dan ontbinding. Daarom werd het verzoek afgewezen en droegen partijen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens seksuele intimidatie wordt afgewezen omdat de vertrouwensbreuk niet onherstelbaar is.