ECLI:NL:RBZLY:2006:AV1147
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting toepasselijkheid en naleving van algemeen verbindend verklaarde CAO bij overurenvordering
Werkneemster was van 27 december 1999 tot 31 januari 2003 in dienst bij twee werkgevers. Zij stelt dat zij meer uren werkte dan het maximum van 38 uur per week zoals bepaald in een algemeen verbindend verklaarde CAO, zonder dat deze extra uren als overwerk werden uitbetaald. Werkgevers ontkennen dat zij gebonden zijn aan een CAO en dat er een toepasselijke algemeen verbindend verklaarde CAO was gedurende de arbeidsperiode.
De kantonrechter constateert dat werkgevers niet zijn aangesloten bij een CAO-partij en dat in de arbeidsovereenkomsten geen verwijzing naar een CAO is opgenomen. De kantonrechter onderzoekt ambtshalve of de CAO Groothandel in Textielgoederen en Aanverwante Artikelen algemeen verbindend was in de relevante periode en concludeert dat dit het geval is geweest.
Werkgevers betwisten dat zij onder de werkingssfeer van deze CAO vallen, maar de kantonrechter verwerpt dit verweer op grond van de ruime omschrijving van de werkingssfeer, die ook de activiteiten van werkgevers omvat. De kantonrechter wijst werkneemster erop haar vordering nader te onderbouwen en werkgevers een kopie van de arbeidsovereenkomst te doen overleggen.
De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling, waarbij partijen de gelegenheid krijgen hun standpunten nader toe te lichten en te onderbouwen.
Uitkomst: Zaak verwezen naar rolzitting voor nadere onderbouwing en overleg van arbeidsovereenkomst, verdere beslissing aangehouden.