ECLI:NL:RBZLY:2005:AV4033
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Moorman
- Rechtspraak.nl
Verdeling en vergoeding bij ontbinding vennootschap onder firma na op non-actief stelling vennoot
Eiser was vennoot voor 40% in een vennootschap onder firma die drie horecabedrijven exploiteerde. Op 26 augustus 2002 werd eiser op non-actief gesteld door de andere vennoten wegens vermoedens van onregelmatigheden met kasgelden, waarna hij zich uit het handelsregister uitschreef.
Partijen kwamen overeen een procedure te volgen voor het opstellen van een eindbalans per datum van ontbinding, waarbij de waarde van de vennootschap en het aandeel van eiser daarin moesten worden vastgesteld. Eiser stelde zijn aandeel op €199.961, gebaseerd op een bedrijfswaarde van €435.000 en correcties van kasverschillen die niet ten laste van hem mochten komen.
Gedaagden betwistten het aandeel van 40% en de waarde van de onderneming, en stelden dat kasverschillen veroorzaakt waren door ongeoorloofde opnamen door eiser, waartegen eiser stelde dat deze gelden voor bedrijfsdoeleinden waren gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat de vennootschap per 26 augustus 2002 was ontbonden, dat eiser recht had op 40% van de waarde van de onderneming, en dat kasverschillen als bedrijfsrisico moesten worden beschouwd en niet ten laste van eiser mochten komen. Hierdoor werd eiser een vergoeding van €199.961 toegekend. De vordering van gedaagden tegen eiser werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van €199.961 aan eiser wegens overbedeling na ontbinding vennootschap per 26 augustus 2002.