ECLI:NL:RBZLY:2005:AV3813
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.A. Ariëns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering weduwe onder collectieve ongevallenverzekering wegens vervaltermijn en alcoholclausule
De zaak betreft een vordering van de weduwe van een werknemer die is overleden door verdrinking na een kroegentocht. De werkgever had een collectieve ongevallenverzekering afgesloten waarbij bij overlijden eenmaal het bruto jaarsalaris plus vakantiegeld en bijzondere beloningen werd uitgekeerd aan de echtgenoot. De verzekeraar weigerde uit te keren vanwege een clausule die ongevallen onder invloed van alcohol uitsluit en een vervaltermijn van één jaar na standpuntbepaling.
De weduwe stelde dat zij en haar overleden echtgenoot nooit kennis hebben kunnen nemen van de polisvoorwaarden en dat de alcoholclausule nietig is op grond van artikel 6:233 BW Pro. Ook voerde zij aan dat het beroep op de vervaltermijn onredelijk bezwarend is en dat zij tijdig het standpunt van de verzekeraar heeft aangevochten. De rechtbank oordeelde dat de polisvoorwaarden als algemene voorwaarden gelden en stilzwijgend door de werknemer zijn aanvaard. De werkgever was bekend met de polisvoorwaarden, zodat het beroep op nietigheid faalt.
Verder stelde de rechtbank vast dat de vervaltermijn van één jaar na standpuntbepaling rechtsgeldig is toegepast. De verzekeraar had het standpunt definitief kenbaar gemaakt op 9 januari 2003, waarna de weduwe het standpunt tijdig had aangevochten, waardoor de termijn werd verlengd tot 31 maart 2004. De dagvaarding van de weduwe was echter pas op 14 september 2004 ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn.
De rechtbank vond de vervaltermijn niet onredelijk bezwarend en oordeelde dat de weduwe geen geldige reden had om niet tijdig te procederen. De vordering werd daarom afgewezen en de weduwe werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de weduwe wordt afgewezen wegens geldige alcoholclausule en overschrijding van de vervaltermijn.