ECLI:NL:RBZLY:2005:AU9112
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens verrichten van arbeid tijdens arbeidsongeschiktheid afgewezen
Werknemer was sinds 7 juli 2004 arbeidsongeschikt wegens rugklachten en had aanspraak op 70% loondoorbetaling vanaf het tweede jaar van arbeidsongeschiktheid. Op 24 augustus 2005 werd hij op staande voet ontslagen omdat hij als chauffeur een vrachtauto bestuurde en goederen loste bij een derde bedrijf, terwijl hij volgens de werkgever niet in staat was tot arbeid.
De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat het besturen van de vrachtauto een eenmalige vriendendienst was en dat hij geen arbeid had verricht. Verklaringen van derden en de bedrijfsarts wezen echter op stelselmatige werkzaamheden als chauffeur tijdens arbeidsongeschiktheid, wat een dringende reden voor ontslag kan vormen.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet onvoldoende zeker is om in een bodemprocedure stand te houden, mede omdat de werknemer onvoldoende medisch onderbouwde toelichting gaf. De vordering tot loondoorbetaling en betaling van vakantierechten werd daarom afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot loondoorbetaling na ontslag op staande voet wegens verrichten van arbeid tijdens arbeidsongeschiktheid is afgewezen.