ECLI:NL:RBZLY:2005:AU7072
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst na ontslag op staande voet wegens vermeende fraude en disfunctioneren
De zaak betreft een verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer, voorwaardelijk gesteld op de nietigheid van het ontslag op staande voet wegens vermeende fraude. De werknemer werd op staande voet ontslagen omdat hij naar het oordeel van de werkgever motoren in privé had gekocht en verkocht zonder de winst af te dragen, wat als frauduleus werd beschouwd.
De werknemer betwistte de fraude en het disfunctioneren dat de werkgever eveneens aanvoerde. De kantonrechter oordeelde dat het feitencomplex rond de vermeende fraude wel betrokken kon worden bij de beoordeling van het ontbindingsverzoek, ondanks het voorwaardelijke karakter daarvan. De werknemer was niet verschenen bij de zitting en had onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij zich aan fraude had schuldig gemaakt.
Hoewel de fraude niet als dringende reden voor ontbinding werd aangemerkt, werd zij wel betrokken bij de beoordeling van gewijzigde omstandigheden. Het disfunctioneren, onderbouwd met klachten van klanten, vormde samen met de fraude een voldoende grond voor ontbinding. De kantonrechter oordeelde dat het vertrouwen in de werknemer was verloren en dat voortzetting van het dienstverband niet van de werkgever kon worden gevergd.
De werknemer had inmiddels ander werk gevonden en zou niet in een financieel nadeligere positie komen, zodat geen vergoeding werd toegekend. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 30 november 2005 en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden wegens gewijzigde omstandigheden zonder toekenning van een vergoeding.