ECLI:NL:RBZLY:2005:AU6950
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling totstandkoming overeenkomst ruil en overdracht van zeedagen tussen Morgan en gedaagden
In deze civiele zaak staat centraal of tussen Morgan Partnership, gevestigd in Schotland, en een groep gedaagden in Nederland een overeenkomst tot overdracht en ruil van 30.000 zeedagen voor onbepaalde tijd is gesloten tegen betaling van 165.000 gulden. Morgan stelt dat deze overeenkomst mondeling tot stand is gekomen in juni 2000 en onderbouwt dit met een factuur, registratie van de transactie door de North Sea Fishermen's Organisation (NSFO) en verklaringen van betrokkenen. Gedaagden betwisten het bestaan van een dergelijke overeenkomst en wijzen op het ontbreken van een door alle partijen ondertekend schriftelijk contract en het feit dat NSFO geen partij was bij de overeenkomst.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van een schriftelijke ondertekening door alle partijen en NSFO niet uitsluit dat een mondelinge overeenkomst tot stand is gekomen, waarbij Nederlands recht van toepassing is omdat de overeenkomst het nauwst met Nederland verbonden is. De factuur van 165.000 gulden is zonder protest door gedaagden behouden tot de betalingstermijn verstreek en NSFO heeft de overdracht geregistreerd, wat wijst op acceptatie van de overeenkomst. Verder zijn er inhoudelijke besprekingen geweest tussen partijen, hoewel bewijs van een definitieve overeenkomst ontbreekt.
De rechtbank concludeert dat Morgan voldoende feiten heeft gesteld om het bestaan van de overeenkomst voorlopig aannemelijk te maken, maar dat gedaagden de mogelijkheid krijgen om tegenbewijs te leveren. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering door getuigen, waarna verdere beslissing zal volgen.
Uitkomst: De rechtbank neemt voorlopig aan dat in juni 2000 een overeenkomst tot overdracht/ruil van zeedagen is gesloten, maar staat gedaagden toe tegenbewijs te leveren; de zaak wordt aangehouden voor getuigenverhoor.