ECLI:NL:RBZLY:2005:AU5739
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Meijer
- G.P. Nieuwenhuis
- M.A.A. ter Meer-Siebers
- Rechtspraak.nl
Veroordeling onderwijzer Almere voor ontucht en bezit kinderporno
De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 8 november 2005 uitspraak gedaan in de zaak tegen een onderwijzer uit Almere, die werd verdacht van ontuchtige handelingen met minderjarige kinderen en het bezit van kinderporno. De verdachte ontkende de feiten, maar de rechtbank baseerde haar oordeel op gedetailleerde verklaringen van meerdere kinderen en de analyse van studioverhoren, waarbij ook een gedragswetenschappelijk onderzoek door prof. dr. R. Bullens werd betrokken.
Hoewel het onderzoek aanwijzingen pro en contra de geloofwaardigheid van de verklaringen opleverde, oordeelde de rechtbank dat de eerste, spontane verklaringen en aangiften betrouwbaar zijn en dat het strafrechtelijk grensoverschrijdend gedrag van de verdachte overtuigend is bewezen. De rechtbank hield rekening met het feit dat de kinderen en hun ouders geen motief hadden om valse verklaringen af te leggen, mede omdat zij zeer gesteld waren op de verdachte.
De rechtbank veroordeelde de verdachte voor meermalen gepleegde ontucht met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige (art. 249 Sr Pro) en het bezit van kinderporno met betrokkenheid van kinderen onder de zestien (art. 240b Sr). De strafmaat werd vastgesteld op 18 maanden gevangenisstraf, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van de feiten, het misbruik van vertrouwen en het ontbreken van medewerking aan behandeling of onderzoek naar de seksuele problematiek van de verdachte.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet wettig en overtuigend bewezen konden worden. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf wegens ontucht en bezit kinderporno.