ECLI:NL:RBZLY:2005:AU0645
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Y. Telenga
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag bij stille cessie na registratie cessieakte
In deze zaak vorderen eisers, bestaande uit een vennootschap onder firma en haar vennoten, de opheffing van conservatoire beslagen die door Beda Holding B.V. zijn gelegd. Beda baseert haar beslag op een vordering die zij heeft verkregen via cessie van een vordering van de heer Cedent, die stelt recht te hebben op een deel van de winst uit gezamenlijke vastgoedtransacties.
De kern van het geschil betreft de vraag of het beslag terecht is gelegd terwijl de cessieakte wel geregistreerd was maar nog niet aan de debitor-cessus was medegedeeld, hetgeen volgens artikel 3:94 lid 3 BW Pro relevant is voor de tegenwerpelijkheid van de cessie aan de debiteur. De rechtbank oordeelt dat registratie van de cessieakte goederenrechtelijke werking heeft en dat Beda gerechtigd was het beslag te leggen, ook al was de mededeling aan de debiteur nog niet gedaan.
Verder wordt het door Beda ingeroepen recht op betaling van de vordering voorlopig niet als ondeugdelijk aangemerkt, mede gelet op een verklaring van een fiscalist en de feitelijke geldstromen. Wel wordt geoordeeld dat het beslag op de vennootschap onder firma moet worden opgeheven, omdat geen grond is voor aansprakelijkheid van de vennootschap zelf. Het beslag op de vennoten wordt slechts opgeheven voor zover het het bedrag van EUR 780.000 te boven gaat.
De rechtbank compenseert de proceskosten tussen partijen en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt opgeheven voor de vennootschap en beperkt voor de vennoten tot EUR 780.000.