ECLI:NL:RBZLY:2005:AS9408
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer wegens terechte afboeking vakantiedagen tijdens arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en zijn werkgever over de vraag of de werkgever terecht 125,75 vakantie-uren heeft afgeboekt over periodes waarin de werknemer arbeidsongeschikt zou zijn geweest.
De werknemer betwistte de afboeking omdat hij in die periodes arbeidsongeschikt was, maar de werkgever stelde dat de uren betrekking hadden op daadwerkelijk opgenomen vakantie en bedrijfsvakantie, ondersteund door loonstroken en een overzicht van verlofdata. De werknemer erkende dat hij op genoemde data verlof had opgenomen.
De kantonrechter oordeelde dat de vakantiedagen die de werknemer claimde buiten de arbeidsongeschiktheid vielen en dat de werkgever deze uren terecht heeft afgeboekt. Ook de door de werknemer aangevoerde aanvullende grondslag dat 144 uren onterecht waren afgeboekt in een periode van arbeidsongeschiktheid werd verworpen, omdat de werknemer feitelijk vakantie had genoten en de bedrijfsvakantie meerekend moest worden.
De kantonrechter wees de vordering af en veroordeelde de werknemer in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering van de werknemer tot betaling van vakantiegeld wordt afgewezen omdat de vakantiedagen terecht zijn afgeboekt.