ECLI:NL:RBZLY:2004:AR7369
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering WAO-uitkering wegens onredelijke duur en bijzondere omstandigheden
Eiseres ontving onterecht een WAO-uitkering vanaf 22 november 2001, waarna verweerder besloot het bedrag van € 9.070,25 bruto terug te vorderen. De aanvraag en afhandeling van de uitkering duurden bijna twee jaar, waarbij het medisch onderzoek pas in maart 2002 plaatsvond en het rapport pas in juni 2003 werd uitgebracht. Hierdoor verkeerde eiseres langdurig in onzekerheid en bouwde zij een schuld op door voorschotten die haar financiële situatie verslechterden.
De rechtbank oordeelt dat deze lange behandeling en de sociale omstandigheden van eiseres bijzondere, dringende redenen vormen om niet tot volledige terugvordering over te gaan. Eiseres had geen vaste woonplaats en kwam niet in aanmerking voor bijstand, mede door de voorschotbetalingen. Verweerder wordt verweten schuld onnodig te hebben vergroot door voorschotten toe te kennen die niet noodzakelijk waren.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en gelast verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Een matiging van de terugvordering tot de helft met een passende betalingsregeling wordt als redelijk geacht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot volledige terugvordering van de WAO-uitkering wordt vernietigd.