ECLI:NL:RBZLY:2004:AR2697
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Schorsing concurrentiebeding en voorlopige voorziening in kort geding tussen GMB en voormalig werknemer
De zaak betreft een geschil tussen GMB TECH (HOLLAND) B.V. en haar voormalige werknemer over de naleving van een concurrentiebeding. De werknemer was als Benelux salesmanager werkzaam bij GMB en trad na beëindiging van zijn dienstverband per 1 augustus 2004 in dienst bij een concurrerend bedrijf, Asbis B.V., actief in dezelfde branche.
GMB vorderde in kort geding dat de werknemer zich zou onthouden van activiteiten die in strijd zijn met het concurrentiebeding, met een dwangsom bij overtreding. De werknemer stelde dat het beding te vaag en veelomvattend is en verzocht om schorsing daarvan in afwachting van een bodemprocedure.
De kantonrechter oordeelde dat het concurrentiebeding weliswaar beperkingen inhoudt, maar niet onredelijk vaag of onredelijk veelomvattend is. Wel werd de reikwijdte van het beding beperkt tot activiteiten binnen België, Nederland en Luxemburg en tot een duur van zes maanden na betekening van het vonnis, om onbillijke benadeling van de werknemer te voorkomen.
De kantonrechter wees het verzoek van GMB om een voorschot op de boete af wegens gebrek aan spoedeisend belang en wees de vergoeding aan de werknemer af vanwege diens verzwegen overstap. De kosten werden deels toegewezen aan GMB en deels gecompenseerd.
Uitkomst: Het concurrentiebeding is geschorst na 1 februari 2005 en de werknemer is bevolen zich tot die datum te onthouden van verkoopactiviteiten binnen België, Nederland en Luxemburg onder verbeurte van een dwangsom.