ECLI:NL:RBUTR:2012:BZ3527
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing schikking curator en bank in faillissement
In deze zaak heeft de coöperatieve Rabobank hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechter-commissaris die geen toestemming verleende voor een schikking tussen de curator en de bank in het faillissement van een besloten vennootschap. De bank had een stil pandrecht op vorderingen van de gefailleerde en had bedragen verrekend die debiteuren aan de gefailleerde hadden betaald, wat de curator betwistte.
De rechter-commissaris vond het schikkingsvoorstel van € 41.198,00 te laag en verwachtte dat een gerechtelijke procedure een hogere opbrengst voor de boedel zou opleveren. De rechtbank oordeelde dat het beroep van de bank ontvankelijk was, ondanks dat de beschikking niet expliciet aan haar was gericht, omdat zij partij was bij het schikkingsvoorstel.
De rechtbank maakte een voorlopige inschatting en concludeerde dat het pandrecht was tenietgegaan door betaling aan de gefailleerde en dat de bank niet te goeder trouw was bij de verrekening. De rechtbank vond het schikkingsvoorstel onvoldoende en bekrachtigde de beschikking van de rechter-commissaris. Het subsidiaire verzoek van de bank om correspondentie te verkrijgen werd niet ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de bank wordt ontvankelijk verklaard maar ongegrond en de beschikking van de rechter-commissaris wordt bekrachtigd.