ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7165
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor langdurige handel in cocaïne en bezit van MDMA met deels voorwaardelijke gevangenisstraf
De rechtbank Utrecht heeft op 21 december 2012 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van handel in cocaïne over een periode van ruim twee jaar en bezit van MDMA. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 januari 2010 tot en met 25 augustus 2012 cocaïne heeft verhandeld en op 25 augustus 2012 in het bezit was van negen en een halve pil MDMA.
De verdediging voerde bewijsuitsluiting aan vanwege vermeende schendingen van artikel 126g en 126nd Sv bij observaties en het gebruik van camerabeelden van een beveiligingsbedrijf. De rechtbank verwierp dit beroep omdat de observatie van korte duur was en in de openbare ruimte plaatsvond, en omdat de politie direct kon ingrijpen bij het waarnemen van strafbare feiten via camerabeelden. De vormverzuimen bij de afgifte van camerabeelden waren niet ernstig genoeg voor bewijsuitsluiting.
De rechtbank nam verklaringen van getuigen, telefoongegevens en de bekennende verklaring van verdachte mee in het bewijs. Verdachte erkende de handel in cocaïne en het bezit van MDMA. Gelet op de ernst van de feiten, het strafblad en het advies van de reclassering, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 20 maanden op, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden zoals reclasseringstoezicht en behandeling.
Daarnaast werd een bedrag van €1007,- en een grijze Nokia-telefoon verbeurd verklaard, terwijl twee Blackberry-telefoons aan verdachte werden teruggegeven. De rechtbank sprak verdachte vrij van wat meer of anders was ten laste gelegd en wees strafvermindering af ondanks een vastgesteld vormverzuim.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, voor handel in cocaïne en bezit van MDMA.