ECLI:NL:RBUTR:2012:BY6268
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.W.G. de Beer
- A. van Maanen
- P.L.C.M. Ficq
- Rechtspraak.nl
Herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling wegens overtreding algemene voorwaarde
De veroordeelde was voorwaardelijk vrijgelaten met de algemene voorwaarde geen strafbare feiten te plegen. Hij werd op 20 februari 2012 aangehouden voor een nieuw strafbaar feit en onherroepelijk veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf. De officier van justitie diende een vordering in tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling op grond van deze overtreding.
De verdediging voerde aan dat de oude regeling van toepassing is vanwege het pleegmoment van het feit en dat de vordering niet onverwijld is ingediend, wat strijd zou opleveren met het EVRM. De rechtbank oordeelde dat de nieuwe regeling van toepassing is omdat het moment van veroordeling bepalend is en dat de vordering niet onverwijld, maar wel tijdig genoeg was ingediend.
De rechtbank concludeerde dat de veroordeelde de voorwaarde heeft geschonden en de vordering daarom toewijst. Gezien het tijdsverloop tussen dagvaarding en vordering tot herroeping, matigt de rechtbank de herroeping tot een periode van 28 dagen. De beslissing werd genomen tijdens de terechtzitting van 13 december 2012.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe voor een periode van 28 dagen.