ECLI:NL:RBUTR:2012:BY4036
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- E.A. Messer
- Z.J. Oosting
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van meineed tegen oud-rechter in Chipshol-zaak wegens gebrek aan bewijs
De rechtbank Utrecht behandelde de strafzaak tegen een oud-rechter die werd verdacht van drie feiten van meineed, waarbij hij onder ede zou hebben gelogen over een telefoongesprek met een advocaat voorafgaand aan een pleidooizitting in de Chipshol-zaak.
De zaak speelde tegen de achtergrond van civiele procedures over de ontwikkeling van gronden rondom Schiphol, waarbij de verdachte als rechter betrokken was. De officieren van justitie baseerden hun bewijs op verklaringen van de advocaat, diens secretaresse en een brief uit 1994, terwijl de verdediging de betrouwbaarheid van deze verklaringen betwistte en ontkende dat het telefoongesprek had plaatsgevonden.
Daarnaast werd de relatie tussen de verdachte en een medeverdachte onderzocht, waarbij getuigenverklaringen over privécontacten uiteenliepen. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de advocaat onvoldoende overtuigend en inconsistent waren, en dat de getuigenverklaringen over privécontacten onvoldoende steunbewijs boden.
De anonieme brief en verklaringen van de schrijfster werden als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld. Gezien het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.