ECLI:NL:RBUTR:2012:BY3258
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontzetting gezag moeder bij vermoedens Münchhausen by Proxy en toewijzing ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing
De rechtbank Utrecht behandelde het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ontzetting van de moeder van het gezag over haar minderjarige dochter [meisje 2], wegens vermoedens van misbruik van gezag en grove verwaarlozing, gerelateerd aan het syndroom van Münchhausen by Proxy. De moeder betwistte de diagnose en stelde dat zij in het belang van de kinderen handelde.
De rechtbank overwoog dat ontzetting van het gezag een verwijtbare gedraging vereist, die in deze zaak onvoldoende is vastgesteld. De vermoedens van het syndroom van Münchhausen by Proxy zijn niet definitief vastgesteld en het ontbreken van verwijtbaarheid maakt ontzetting niet gerechtvaardigd. Wel achtte de rechtbank ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [meisje 2] noodzakelijk ter bescherming van haar welzijn.
De rechtbank wees het verzoek tot ontzetting af, stelde [meisje 2] onder toezicht van Bureau Jeugdzorg voor een jaar en verleende een machtiging tot uithuisplaatsing voor een half jaar. Tevens werd een tussentijdse evaluatie van de hulpverlening aan [meisje 2] bevolen. De vader voerde geen verweer, de moeder en stiefmoeder voerden verweer tegen de uithuisplaatsing.
Uitkomst: Verzoek tot ontzetting van het gezag van de moeder afgewezen; ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [meisje 2] toegewezen.