ECLI:NL:RBUTR:2012:BY3109
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit cocaïnehandel met matiging wegens financiële positie
De rechtbank Utrecht behandelde op 12 november 2012 een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die tussen december 2011 en juni 2012 cocaïne handelde. Uit verklaringen van getuigen en het dossier bleek dat de veroordeelde gedurende deze periode telefoonnummers gebruikte voor zijn handel. De rechtbank stelde vast dat het wederrechtelijk verkregen voordeel €12.406 bedroeg.
De verdediging voerde aan dat de vordering van de officier van justitie moest worden afgewezen of gematigd, onder meer omdat het gebruikte percentage ontmoetingen op basis van beperkte observaties was berekend, de handelsperiode onduidelijk was, de inkoopprijs te laag werd ingeschat en kosten zoals autokosten niet waren meegenomen.
De rechtbank verwierp deze verweren, oordeelde dat de bewijsvoering voldoende was en ging uit van een handelsperiode van zes maanden met een gemiddelde inkoopprijs van €39 per gram. Kosten voor telefoons en autokosten werden in mindering gebracht. Gezien de beperkte financiële positie van de veroordeelde matigde de rechtbank de betalingsverplichting tot €7.500 en wees de rest van de vordering af.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en houdt rekening met de feitelijke handelsperiode, gebruikte telefoonnummers, aantal ontmoetingen, verkochte hoeveelheden en kostenposten.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €7.500 als ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit cocaïnehandel.