ECLI:NL:RBUTR:2012:BY2996
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Veldhuijzen
- M.J. Grapperhaus
- P.P.C.M. Waarts
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel vastgesteld op €4.224
De rechtbank Utrecht behandelde de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte, die was veroordeeld voor het handelen in strijd met de Opiumwet in de periode van 16 april 2012 tot en met 11 juli 2012.
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel was gebaseerd op het aantal dealgesprekken, de hoeveelheid verkochte drugs en de inkoop- en verkoopprijzen van cocaïne en heroïne zoals vastgesteld door de Dienst Nationale Recherche Informatie. De rechtbank achtte deze berekening in beginsel juist en onbetwist door de verdediging.
De rechtbank stelde vast dat verdachte gedurende 87 dagen gemiddeld 10 bestellingen per dag had, wat resulteerde in 870 bolletjes drugs verkocht tegen een verkoopprijs van €10 per bolletje. Na aftrek van de inkoopkosten kwam het wederrechtelijk verkregen voordeel uit op €4.224.
De rechtbank legde aan verdachte de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen en wees de vordering van de officier van justitie voor het overige af. Er waren geen omstandigheden die matiging van de ontnemingsmaatregel rechtvaardigden.
Uitkomst: De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €4.224 en legt betaling aan de Staat op.