ECLI:NL:RBUTR:2012:BY2995
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Veldhuijzen
- M. Grapperhaus
- P. Waarts
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs drugshandel tussen februari en april 2012
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het dealen van heroïne en/of cocaïne tussen 1 februari 2012 en 5 april 2012. De officier van justitie achtte het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen op basis van processen-verbaal, getuigenverklaringen en historische telefoongegevens.
De verdediging voerde aan dat de getuigenverklaringen onvoldoende bewijs vormden, mede omdat de confrontatie met verdachte slechts via een enkelvoudige fotoconfrontatie plaatsvond, wat volgens jurisprudentie niet als bewijsconfrontatie mag worden gebruikt. De rechtbank oordeelde dat deze verklaringen daardoor onvoldoende betrouwbaar waren.
Daarnaast was er twijfel over het eigendom en gebruik van het telefoonnummer dat aan verdachte werd toegeschreven in de relevante periode. De historische gegevens toonden slechts beperkt contact tussen verdachte en getuige 4, en niet in de gehele periode. De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat verdachte in de periode drugs verkocht.
Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde feit niet bewezen en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van drugshandel.