ECLI:NL:RBUTR:2012:BY1282
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontzetting gezag moeder ondanks vermoedens syndroom van Münchhausen by Proxy
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om de moeder te ontzetten van het gezag over haar twee kinderen vanwege vermoedens van misbruik van gezag en grove verwaarlozing, mede gebaseerd op het syndroom van Münchhausen by Proxy. Eén kind was inmiddels meerderjarig, waardoor het verzoek voor dat kind werd afgewezen. Voor het andere kind wees de rechtbank het verzoek tot ontzetting af, omdat onvoldoende vaststond dat de moeder zich bewust verwijtbaar had misdragen.
De Raad stelde dat de moeder haar kinderen onnodig blootstelde aan medische behandelingen en hen emotioneel controleerde. De moeder betwistte dit en verzocht om nader deskundigenonderzoek. De rechtbank overwoog dat ontzetting een verwijtbare gedraging vereist, wat bij een psychiatrisch syndroom als Münchhausen by Proxy niet zonder meer kan worden aangenomen. Ook ontbrak het aan voldoende bewijs voor misbruik van gezag en grove verwaarlozing die ontzetting rechtvaardigen.
Wel werd het minderjarige kind onder toezicht gesteld van Bureau Jeugdzorg en werd een machtiging tot uithuisplaatsing voor een half jaar verleend. De rechtbank achtte deze maatregelen passend om het belang en de veiligheid van het kind te waarborgen, waarbij verdere hulpverlening en evaluatie noodzakelijk zijn.
Uitkomst: Het verzoek tot ontzetting van de moeder van het gezag over het minderjarige kind is afgewezen; het kind is onder toezicht gesteld en uithuisgeplaatst voor zes maanden.