ECLI:NL:RBUTR:2012:BX9853
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Veldhuijzen
- P.W.G. de Beer
- M.A.A.T. Engbers
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens het aanwezig hebben van henneptoppen in Utrecht
Op 16 november 2011 werd verdachte betrapt op het aanwezig hebben van ongeveer 35,2 kilogram henneptoppen in een pand te Utrecht. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze hennep in bezit had, een middel als bedoeld in lijst II van de Opiumwet.
De verdediging stelde dat de henneptoppen niet volledig gedroogd waren en dat de straf daarom lager moest worden vastgesteld. De rechtbank concludeerde dat niet kon worden vastgesteld dat de hennep voor 100% gedroogd was, maar dat de hennep wel gedroogd was. Dit leidde tot een lagere straf dan de door de officier van justitie geëiste 12 maanden gevangenisstraf.
Verdachte had een strafblad met een eerdere veroordeling voor medeplichtigheid aan overtreding van de Opiumwet. Gezien de ernst van het feit en het feit dat softdrugs schadelijk kunnen zijn, achtte de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en legde een straf van 9 maanden op. De tijd in voorarrest wordt hierop in mindering gebracht.
De rechtbank sprak verdachte vrij van wat meer of anders was ten laste gelegd en kon geen uitspraak doen over de inbeslaggenomen goederen wegens gebrek aan informatie. De beslissing is gebaseerd op artikel 11 van Pro de Opiumwet zoals die gold ten tijde van het bewezenverklaarde feit.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf voor het aanwezig hebben van henneptoppen.