ECLI:NL:RBUTR:2012:BX9391
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verkoop van voormalige echtelijke woning na echtscheiding ondanks verzoek tot onverdeeldheid
De rechtbank Utrecht behandelde een geschil tussen ex-partners over de verdeling van hun voormalige echtelijke woning na echtscheiding. De vrouw verzocht om de woning voorlopig onverdeeld te laten, onder verwijzing naar haar psychische gesteldheid en het belang van de kinderen die mogelijk terugkeren na een uithuisplaatsing. Zij beriep zich op artikel 3:178 lid 3 BW Pro om de verdeling voor een jaar uit te stellen.
De man wenste de woning te verkopen omdat hij inmiddels een andere woning had gekocht en financiële lasten droeg, waaronder een overbruggingshypotheek. Hij stelde dat de vrouw niet op korte termijn de woning kon overnemen en dat verkoop de enige oplossing was om het vermogen te liquideren. Tevens stelde hij dat de terugplaatsing van de kinderen niet uitsluitend van de woonsituatie afhing.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de man bij verkoop zwaarder woog dan het belang van de vrouw bij het onverdeeld laten van de woning. De vrouw had onvoldoende onderbouwd dat haar psychische klachten een uitstel van verkoop rechtvaardigden. Ook was niet komen vast te staan dat de woonsituatie bepalend was voor de terugplaatsing van de kinderen. De rechtbank bepaalde dat de woning via een makelaar in Utrecht verkocht moet worden tegen een vraagprijs van €470.000, met een verlaagde prijs na zes maanden indien niet verkocht.
Daarnaast nam de rechtbank het convenant tussen partijen op in de beschikking en wees het meer of anders verzochte af. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De rechtbank gelast verkoop van de voormalige echtelijke woning en wijst het verzoek tot uitstel van verdeling af.