ECLI:NL:RBUTR:2012:BX7335
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen bestuurlijke boetes wegens ontbreken verklaring omtrent gedrag in kinderopvang
Bij besluit van 27 oktober 2011 legde de gemeente Utrecht aan het kinderdagverblijf een bestuurlijke boete van €9.000 op omdat drie medewerkers niet beschikten over een verklaring omtrent het gedrag (VOG). Het bezwaar van het kinderdagverblijf werd door de gemeente ongegrond verklaard, waarna beroep werd ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht of de gemeente het juiste wettelijke kader had toegepast en concludeerde dat de boetes terecht waren gebaseerd op artikel 1.50, derde en vierde lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp). Ook stagiaires en invalkrachten vallen onder de verplichting om een VOG te overleggen. De rechtbank verwierp het verweer dat de boetes niet op een wettelijke grondslag zouden zijn gebaseerd.
Verder oordeelde de rechtbank dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden en dat het opleggen van de boetes proportioneel en passend was. De boetes waren in overeenstemming met het gemeentelijk Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang en de ernst van de overtreding. Er waren geen bijzondere omstandigheden die matiging van de boetes rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boetes wegens het ontbreken van verklaringen omtrent het gedrag wordt ongegrond verklaard.