ECLI:NL:RBUTR:2012:BX5656
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens hennephandel
De voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester om een woning voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Dit besluit volgde op het aantreffen van ruim negen kilo henneptoppen en diverse indicaties van beroepsmatige handel in softdrugs in de woning.
Verzoeker, eigenaar van de woning, betoogde dat de sluiting onevenredig was, dat er geen sprake was van georganiseerde drugshandel, en dat hij niet op de hoogte was van de illegale activiteiten van zijn huurders. Tevens stelde hij dat de maatregel punitief was en dat een minder ingrijpende maatregel, zoals sluiting van alleen de kelder, mogelijk was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd en verplicht was tot sluiting gezien de handelshoeveelheid softdrugs en de indicatoren uit de beleidsregel. De maatregel werd als proportioneel en niet onredelijk beoordeeld, mede gelet op eerdere meldingen van overlast en het feit dat de woning al geruime tijd betrokken was bij cannabisproductie. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat geen grond bestond om te verwachten dat het besluit in de bodemprocedure zou worden vernietigd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens hennephandel wordt afgewezen.