ECLI:NL:RBUTR:2012:BX4276
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bestuurdersaansprakelijkheid wegens niet voldoen Beklamelnorm bij faillissement
De zaak betreft een vordering van een bv ([bedrijf 1]) tegen een bestuurder ([gedaagde]) en een andere bv ([bedrijf 2]) wegens vermeende bestuurdersaansprakelijkheid. [bedrijf 1] stelde dat [gedaagden] onrechtmatig had gehandeld door een overeenkomst te sluiten namens [bedrijf 3], terwijl hij wist of had moeten weten dat [bedrijf 3] haar verplichtingen niet kon nakomen, mede vanwege een faillissementsaanvraag.
De rechtbank oordeelde dat de stellingen van [bedrijf 1] onvoldoende waren onderbouwd. De verkoop van een vrachtauto door [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] was onderdeel van een keten van transacties waarbij de betaling aan de leasemaatschappij ([betrokkene]) zou plaatsvinden nadat de koopsom was ontvangen. De weigering van Rabobank om een overboeking uit te voeren werd niet toegerekend aan [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst.
Ook was niet aannemelijk dat [gedaagde] op het moment van de overeenkomst wist van de faillissementsaanvraag van [bedrijf 3]. De rechtbank concludeerde dat de Beklamelnorm niet was vervuld en wees de vordering af. [bedrijf 1] werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot bestuurdersaansprakelijkheid wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat bestuurder wist of behoorde te weten dat vennootschap haar verplichtingen niet kon nakomen.