ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3526

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
1 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
327630 / HA RK 12-354
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 lid 2 Wet griffierechten in burgerlijke zakenArt. 3 lid 1 Wet griffierechten in burgerlijke zakenArt. 122 lid 1 Faillissementswet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen opgelegd griffierecht bij renvooiprocedure deels gegrond

Verzoekster, de maatschap LRT-ADVOCATEN, maakte bezwaar tegen het aan haar opgelegde griffierecht in meerdere zaken die verband houden met renvooiprocedures. Zij stelde dat haar vorderingen zodanig met elkaar verbonden zijn dat deze in één procedure behandeld kunnen worden, waardoor slechts één griffierecht verschuldigd zou zijn.

De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 122 lid 1 van Pro de Faillissementswet de verwijzing door de rechter-commissaris de dagvaarding vervangt, en dat in beginsel voor elke verwijzing apart griffierecht verschuldigd is. Echter, omdat de verwijzing per vordering plaatsvindt maar de betrokken partijen (betwister en schuldeiser) hetzelfde zijn in drie van de zaken, wordt dit als één verwijzing gezien.

Voor de zaak met een andere betwister (de curatoren van Ecostream International B.V.) geldt dat deze als een aparte zaak moet worden beschouwd en apart griffierecht verschuldigd is. Het verzet wordt daarom slechts deels gegrond verklaard voor de zaken waarin hetzelfde partijencomplex speelt.

Uitkomst: Het verzet tegen het opgelegde griffierecht wordt deels gegrond verklaard, waarbij voor zaken met dezelfde schuldeiser en betwister slechts één keer griffierecht verschuldigd is.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK UTRECHT
Sector handel en kanton
Handelskamer
zaaknummers / rekestnummers: 327630 / HA RK 12-354
327631 / HA RK 12-355
327633 / HA RK 12-356
327634 / HA RK 12-357
Beschikking van 1 augustus 2012
in de zaak van
de maatschap
LRT-ADVOCATEN,
gevestigd te Amsterdam,
verzoekster,
advocaat mr. J.K.A. van Loo te Amsterdam
en
DE GRIFFIER VAN DE RECHTBANK UTRECHT,
zetelende te Utrecht,
verweerster.
1. De beoordeling
1.1. Bij brief van 18 april 2012 heeft verzoekster verzet aangetekend tegen het aan haar opgelegde griffierecht. Volgens haar dient het griffierecht in de zaken met zaak- en rolnummers 319522/ HA ZA 12-196, 319531/ HA ZA 12-199, 320693/ HA ZA 12-346 en 320891/ HA ZA 12-414 vastgesteld te worden op één x € 575,--, nu haar vorderingen zodanig verband met elkaar houden dat deze in één procedure kunnen worden behandeld en zij beide schuldenaars in één procedure zou kunnen dagvaarden.
1.2. De griffier heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
1.3. Op grond van het bepaalde in artikel 17 lid 2 Wet Pro griffierechten in burgerlijke zaken (WGBZ) wordt het griffierecht in een renvooiprocedure bepaald aan de hand van de regeling die voor gewone dagvaardingsprocedures geldt (artikel 3 lid 1 WGBZ Pro).
1.4. Op grond van artikel 122 lid 1 Faillissementswet Pro vervangt de verwijzing door de rechter-commissaris de dagvaarding. Dit betekent dat de betreffende schuldeiser, in het onderhavige geval dus verzoekster, in beginsel voor elke verwijzing apart griffierecht verschuldigd is.
1.5. Daar staat evenwel tegenover dat de rechter-commissaris op grond van artikel 122 lid 1 Fw Pro niet de ingediende vorderingen, maar de daarbij betrokken partijen (betwister en betwiste schuldeiser) naar de renvooiprocedure verwijst. Dit betekent dat de enkele omstandigheid dat de verwijzing per vordering plaatsvindt, niet betekent dat dit ook aparte dagvaardingsprocedures moet opleveren. Nu betwister (de curatoren van Econcern N.V.) en de betwiste schuldeiser (de cliënt van verzoekster) in de zaken met zaaknrs./rolnrs. 319522/ HA ZA 12-196, 319531/ HA ZA 12-199 en 320891/ HA ZA 12-414 dezelfde zijn, wordt dit door de rechtbank als één verwijzing gezien, en is daarvoor derhalve maar één keer griffierecht verschuldigd.
1.6. In de zaak met zaaknr./rolnr. 320693/ HA ZA 12-346 is sprake van een andere betwister (de curatoren van Ecostream International B.V.), zodat die verwijzing als een separate zaak moet worden beschouwd. Voor die zaak is dan ook apart griffierecht verschuldigd.
De omstandigheid dat indien verzoekster de (curatoren van de) schuldenaren in een aparte procedure zelf gedagvaard zou hebben, zij met één dagvaarding had kunnen volstaan, kan haar niet baten, omdat van een dergelijk geval hier geen sprake is.
1.7. Het voorgaande betekent dat het verzet alleen gegrond verklaard zal worden voor zover in de zaken met zaaknrs./rolnrs. 319531/ HA ZA 12-199 en 320891/ HA ZA 12-414 griffierecht is opgelegd.
2. De beslissing
De rechtbank
verklaart het bezwaar gegrond, voor zover in de zaken met zaaknrs./rolnrs. 319531/ HA ZA 12-199 en 320891/ HA ZA 12-414 griffierecht is opgelegd.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2012.?