ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3438
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid verhuurder, huurder en aannemer voor waterschade door asbestdakverwijdering
De zaak betreft schade aan een aanzienlijke kaasvoorraad van een onderhuurder, ontstaan door waterschade nadat het dak van een bedrijfshal met asbest werd verwijderd. De verhuurder had opdracht gegeven tot sloop en asbestverwijdering, de huurder had de hal onderverhuurd aan de onderhuurder, die de koelcellen gebruikte voor opslag.
De rechtbank oordeelt dat verhuurder, huurder en aannemer hoofdelijk aansprakelijk zijn wegens onvoldoende voorzorgsmaatregelen, het nalaten van een juiste weersbeoordeling en het niet adequaat beschermen van de koelcellen. De verhuurder had niet onderzocht wat er in de koelcellen lag en ging onterecht uit van waterdichtheid. De aannemer had het dak verwijderd zonder de weersverwachting te controleren.
Eigen schuld van de onderhuurder en huurder wordt erkend, waarbij de schadeverdeling is vastgesteld op respectievelijk 20% en 50%. De vrijwaringsvorderingen tussen partijen worden deels afgewezen. De rechtbank veroordeelt verhuurder en aannemer tot hoofdelijke schadevergoeding van 80% van de schade en huurder tot vergoeding van 50%. Proceskosten worden toegewezen aan de zijde van de eiser.
Uitkomst: Verhuurder, huurder en aannemer zijn hoofdelijk aansprakelijk voor 80% respectievelijk 50% van de waterschade aan kaasvoorraad, met toewijzing van proceskosten aan eiser.