ECLI:NL:RBUTR:2012:BX2303
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek dwangakkoord wegens onvolledigheid en onjuistheid
Op 12 juli 2012 behandelde de rechtbank Utrecht het verzoek van eiser tot het instellen van een dwangakkoord ex artikel 287a Faillissementswet. Gelijktijdig was een gelijkluidend verzoek ingediend door zijn partner. Uit de stukken bleek dat beide schulden hadden aan de Rabobank. Echter, de Rabobank beschikte niet over een verzoek tot medewerking aan een minnelijke regeling en afwijzing daarvan ontbrak in het dossier.
De schuldhulpverlener kon ter zitting niet aantonen dat er een concreet aanbod was gedaan aan de Rabobank. Tevens ontbrak de akkoordverklaring van schuldeiser VGZ, die volgens een convenant alleen akkoord zou gaan indien alle andere schuldeisers akkoord gingen. De rechtbank oordeelde dat het verzoek onvolledig en onjuist was, mede omdat niet duidelijk was of de schuld aan de Rabobank bestond en welk aanbod was gedaan.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk. Dit besluit werd mondeling uitgesproken en nader verklaard in het vonnis. De procedure toont het belang van volledige en juiste gegevens bij verzoeken tot dwangakkoord in het faillissementsrecht.
Uitkomst: Verzoek tot het instellen van een dwangakkoord is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvolledigheid en onjuistheid.