ECLI:NL:RBUTR:2012:BX0941
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid opvolgend vervoerder voor niet-uitvoering treinreizen en schadevergoeding
In deze civiele zaak tussen DB Schenker Rail Nederland NV (voorheen Railion Nederland NV) en Trimodal Europe NROCC B.V. staat de aansprakelijkheid centraal voor schade door het niet uitvoeren van treinreizen volgens een raamovereenkomst. Railion schakelde voor het vervoer in België en Frankrijk respectievelijk NMBS en SNCF in. Door vertragingen, voornamelijk veroorzaakt door SNCF, zijn diverse treinritten niet uitgevoerd, wat tot schade bij Trimodal heeft geleid.
De rechtbank heroverweegt eerdere beslissingen en stelt vast dat Railion wanprestatie heeft gepleegd door het niet uitvoeren van de overeengekomen treinreizen. Cruciaal is dat NMBS en SNCF als hulppersonen van Railion kunnen worden beschouwd, waardoor de door hen veroorzaakte problemen aan Railion kunnen worden toegerekend op grond van artikel 6:76 BW Pro. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van commerciële schade af wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank bepaalt dat Trimodal de omvang van de schade nader moet onderbouwen met relevante contracten en bewijsstukken. Verdere beslissingen worden aangehouden, waarbij partijen nog gelegenheid krijgen om aanvullende stukken te overleggen en te reageren.
Uitkomst: Railion is aansprakelijk voor de schade door niet-uitvoering van treinreizen, ook veroorzaakt door hulppersonen, maar commerciële schadevergoeding wordt afgewezen.