ECLI:NL:RBUTR:2012:BX0533
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid DB Schenker voor dieselverontreiniging spoorinfrastructuur Vleuten
Op 10 november 2003 lekte een grote hoeveelheid diesel uit een door DB Schenker geëxploiteerde goederentrein op het spoor nabij Vleuten. Prorail vordert vergoeding van de kosten voor het opruimen van de verontreiniging. De rechtbank oordeelt dat DB Schenker tekort is geschoten in de nakoming van contractuele verplichtingen, met name artikel 5.2 van de Voorwaarden Railned 1997, waarin het verontreinigen van de infrastructuur verboden is.
DB Schenker voerde onder meer overmacht aan wegens steenslag als oorzaak van de breuk van peilglazen van de brandstoftank, maar de rechtbank wijst dit af. De locomotief wordt aangemerkt als een ongeschikte hulpzaak in de zin van artikel 6:77 BW Pro, en het risico van het falen van de peilglazen is voor DB Schenker voorzienbaar en toerekenbaar. Ook het beroep op eigen schuld van Prorail wordt verworpen, mede omdat DB Schenker naliet een deugdelijk onderzoek naar de oorzaak te verrichten en relevante informatie niet deelde.
De rechtbank oordeelt dat de saneringskosten directe schade zijn en toewijsbaar. De gevorderde contractuele rente en buitengerechtelijke kosten worden slechts deels toegewezen. DB Schenker wordt veroordeeld tot betaling van € 368.101,65 plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: DB Schenker wordt veroordeeld tot betaling van € 368.101,65 aan Prorail voor saneringskosten dieselverontreiniging plus wettelijke rente en proceskosten.