ECLI:NL:RBUTR:2012:BW9204
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C. Oostendorp
- I.J.B. Corbey
- P.L.C.M. Ficq
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs opzettelijke brandstichting in woning
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die ervan werd verdacht op 26 december 2011 brand te hebben gesticht in zijn eigen flatwoning. De officier van justitie baseerde zich op forensisch onderzoek en een verklaring van een buurman waarin verdachte zou hebben toegegeven zijn huis in brand te hebben gestoken.
De verdediging voerde aan dat verdachte onschuldig is, wijst op tegenstrijdige deskundigenverklaringen over het aantal brandhaarden en benadrukt het ontbreken van een technische oorzaak. Verdachte ontkent opzettelijk brand te hebben gesticht en benadrukt zijn intentie om zijn woning te behouden voor zijn kinderen.
De rechtbank concludeerde dat er geen rechtstreeks bewijs is voor opzet. De verklaring van de buurman impliceert geen opzet en het technisch onderzoek leverde tegenstrijdige conclusies op over het ontstaan van de brand. De mogelijkheid van brandoverslag werd niet uitgesloten, waardoor de aanwezigheid van twee aparte brandhaarden niet onomstotelijk is vastgesteld.
Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. Tevens werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf afgewezen en het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor opzettelijke brandstichting.