ECLI:NL:RBUTR:2012:BW8367
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- M. van Delft-Baas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen strafrechtelijke ontruiming van gekraakte panden
Eisers vorderden dat de Staat, via de Officier van Justitie, verboden zou worden om tot feitelijke ontruiming van de panden over te gaan op strafrechtelijke gronden. Zij stelden dat zij niet wederrechtelijk in de panden verbleven, dat de belangenafweging door de Officier van Justitie onvoldoende was gemaakt of kenbaar was gemaakt, en dat er geen legitiem doel of dringende maatschappelijke noodzaak was voor ontruiming.
De rechtbank stelde vast dat de eigenaar van de panden aangifte had gedaan van kraken en dat er sprake was van een gerede verdenking van wederrechtelijk binnendringen of vertoeven. De voorzieningenrechter oordeelde dat de Officier van Justitie niet gehouden was tot hoor en wederhoor of tot het kenbaar maken van de belangenafweging, en dat het aan eisers was om bijzondere omstandigheden aan te tonen die een andere belangenafweging rechtvaardigen.
Eisers slaagden hier niet in. De Staat maakte aannemelijk dat de eigenaar de panden wil slopen en de grond verkopen, en dat een neef van de eigenaar tijdelijk in een van de panden zal verblijven. De proportionaliteitstoets werd doorstaan en de vordering werd afgewezen. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering om strafrechtelijke ontruiming van de panden te verbieden wordt afgewezen.